Partijvernieling

Eindelijk iemand die het begrepen heeft. Eindelijk iemand die het durft schrijven. En eindelijk een krant die het durft publiceren. De analyse van Jan Vanriet over de toestand in de Antwerpse sp.a is er boenk op. Met enkel een valse noot op het einde, want ook Monica De Coninck en Kathleen Van Brempt hebben al die jaren laten betijen, toen ze nog wél sleutelposities in het Antwerpse partijapparaat bekleedden.

In 1979, ik studeerde nog aan de universiteit, werd ik lid van van de Antwerpse afdeling van de BSP, een jaar voor die partij zich voor de eerste keer zou ‘vernieuwen’ tot SP. In Antwerpen was de partij een echt machtsapparaat. Hoewel ik me in het begin héél dissident opstelde (ik was openlijk lid van een marxistisch-trotskistische fractie die in de partij aan ‘entrisme’ deed) lukte het me om in het lokale partijbestuur te zetelen als vertegenwoordiger van de Jongsocialisten. Nadien raakte ik er zelfs rechtstreeks in verkozen. De leden werden immers nog geraadpleegd. Wat een verschil met 2007. Toen verwierf mijn kandidatuur voor het nationale voorzitterschap in de afdeling Antwerpen weliswaar de steun van 58 procent van de leden, maar de deuren van het partijbestuur, die bleven voor mij hermetisch gesloten. Het beeld dat doorgaans wordt opgehangen, dat van de evolutie van een monolithische, gesloten en gescleroseerde machtspartij naar een brede, open en warme politieke beweging klopt dus helemaal niet. En natuurlijk stond die oude partij stijf van het machtsdenken op de korte termijn, en was ze daardoor bezig haar eigen graf te delven. Maar op een partijbestuur of een algemene ledenvergadering kon je daar nog tegen van leer trekken, en als je bewees dat je met die linkse praatjes een achterban kon creëren, dan luisterden ze nog naar je ook. Ideologisch kon iemand als een Bob Cools weerwerk bieden op niveau: als je bijvoorbeeld verwees naar het Plan De Man, positief of negatief, maakt niet uit, dan wist Bob waarover je het had. Hij kon op een geletterde manier van mening verschillen.

Maar inderdaad, zoals Jan Vanriet schrijft, naarmate de ‘partijvernieuwing’ vorderde, werden gewone leden die het aandurfden om een kritische kanttekening te maken bij bepaalde minder fraaie aspecten, verbonden aan de influx van migranten in de volkswijken, afgeblaft en in de hoek gezet als racisten. Ook ik onderging dat lot toen ik in de jaren ‘90 durfde stellen dat een compleet uit de hand gelopen pro-Palestijnse betoging op de Meir niet bepaald een stap vooruit betekende voor de Palestijnse zaak. Niet enkel de PVDA vuurde haar banbliksems op mij af, ook prominente leden van de eigen partij. Secularisme? Dat was iets voor bange blanke mannen. Oude grijze intellectuelen.

Als reactie op dat alles waren er zelfs socialistische mandatarissen die hun valiezen pakten en hun voormalige achterban volgden, richting Vlaams Blok. De gebroeders Neel bijvoorbeeld. Niet bepaald een verstandige zet, maar consequent. Het minste wat je erover kan zeggen is dat ze de voeling met hun achterban bewaarden.

Hoewel de electorale afgang die de ‘vernieuwing’ veroorzaakte toen al duidelijk zichtbaar was,  werd ze nog een versnelling hoger geschakeld (waar hebben we dat recentelijk nog gehoord?) in 2001, onder het voorzitterschap van Patrick Janssens. Gedaan met het oubollige arbeidersimago, er stond nu een echte manager aan het hoofd van de partij. Die heette nu sp.a, met een puntje tussen de p en de a. Nog één keer zou de Antwerpse socialistische partij schitteren, en dat was in 2006, dankzij, nee niet Patrick Janssens, maar Filip Dewinter, die in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen zo sterk kwam opzetten dat heel wat liberale en christelijke kiezers het zekere voor het onzekere namen en kozen voor de sterkste ‘natuurlijke vijand’ van het Vlaams Belang. Een tijdelijke politieke situatie die volkomen in de kaart speelde van de verruimingsstrategie van Janssens. Een verruiming die zich afspeelde aan de top, waar mensen van andere partijen met de rode loper werden ontvangen, terwijl aan de basis mensen met een partijkaart met een scheef oog werden bekeken. Die waren immers niet representatief. Ik heb het persoonlijk mogen vernemen uit de mond van meesterstrateeg Janssens: voor elk partijlid liepen er daarbuiten duizenden rond zonder lidkaart. Voortaan zou de koers van de partij uitgezet worden door een management board,  gebogen over duur betaalde peilingen en rapporten van trendwatchers. Maar een petje is alleen handig als de zon schijnt. Als het regent heb je een paraplu nodig. De nieuw verworven aanhang kalfde snel weer af toen de botte, brutale nonkel Filip als tegenstander vervangen werd door nonkel Bart, een identitair 2.0 in maatpak en das die zich binnen de krijtlijnen van het aanvaardbare politieke spectrum bewoog en veel minder bedreigend, ja zelfs sympathiek, volks en realistisch overkwam. Eindelijk een politicus die ‘het’ begrepen had.

Het puntje tussen de p en de a werd een gaatje, en vervolgens een gat. Een steeds groter wordend gat waarlangs alsmaar meer leden en kiezers wegsijpelden. De partijvernieuwing sloeg definitief om in partijvernieling en versterkte zichzelf. Want, verlost van al die stoorzenders konden de managers nu voluit gaan. De stolp waaronder de partijleiders zichzelf schuilhielden en waarbinnen ze elkaar bewierookten werd steeds hermetischer. Het geroezemoes in de volkswijken van Deurne, Hoboken, de Luchtbal en Schoonbroek-Rozemaai drong nu al helemaal niet meer door.  In 2012 werd de linkervleugel definitief geloosd. Na een jarenlang volgehouden intern cordon sanitaire tegen sp.a Rood vond de partij het beter om samen met de CD&V in zee te gaan, en nogmaals te verbreden, te vernieuwen en te verruimen onder het vaandel van de Stadslijst. Het werd een debacle waarvan de stad en haar bevolking nu al zes jaar de zure vruchten plukt.

Ondertussen ben ik geen lid meer van de partij kameraden, en is mijn stem dus plotseling veel representatiever. Ik behoor tot die duizenden daarbuiten. De berichten dat de vernieuwing nogmaals een versnelling hoger zal worden geschakeld doen me huiveren. Het klinkt als de diagnose van een middeleeuwse chirurgijn, die blijft volhouden dat nog maar eens een aderlating deze keer écht wel zal helpen. Kunnen jullie misschien toch eens onder de stolp uitkomen en wat frisse lucht opsnuiven? In het Verenigd Koninkrijk bijvoorbeeld gebeuren er interessante dingen binnen Labour. In de VS ook, in de schoot van de Democraten. Maar om in dat vaarwater te komen moet je eerst terug connectie maken met de ‘verliezers van de globalisering’, zoals Christina Van der Paal ze noemt. Ten eerste Christina, die mensen beschouwen zich niet als dusdanig, en zullen zich dus -alweer- niet aangesproken voelen. En ten tweede, die mensen willen pacificatie rond identitaire kwesties, geen opbod rond hoofddoeken en boerkini’s. Een seculier profiel dus. Pas dan zullen ze weer openstaan voor jullie sociaal-economische boodschap.
partijvernieling

1 Comment

  1. Beste Erik, over hoe we de groep mensen die de nadelen ondervinden van de globalisering benoemen, kunnen we nog een discussie opzetten. Of die zich niet het slachtoffer voelen, wil ik trouwens betwijfelen. Ze voelen zich in ieder geval benadeeld, genegeerd,… wat dat identitaire betreft… marketinggewijs hebt u waarschijnlijk gelijk.

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s