Breken met particratie, of: hoe diepen we onze democratie verder uit?

Politiek is een microbe, wordt vaak gezegd. Mijn broers hebben die microbe niet, of toch veel minder. Ze kijken, zoals zovelen, met argwaan naar politici. Het zijn zakkenvullers; om de 4 of 6 jaren mogen we eens een bolletje inkleuren, en dan begint het gemarchandeer weer, de postjespakkerij, de coalitiegesprekken, de beslissingen in de achterkamertjes. Socialisten zijn radicale democraten. Waarom zijn we niet vocaler in het zoeken naar manieren om de particratie te breken, en onze parlementaire democratie een stuk representatiever te maken?

Traditioneel gezien hebben we drie machten die strikt gescheiden zijn en mekaar in evenwicht houden. De wetgevende macht bestaat uit vertegenwoordigers van het volk die wellicht het belangrijkste werk hebben: luisteren naar de wil van het volk om wetten te maken! Lang leve de parlementaire democratie!

In de realiteit zit politiek echter veel ‘smeriger’ in mekaar. De uitvoerende macht, die eigenlijk de strikte taak heeft om de wetten toe te passen en de naleving ervan te bewaken, wordt bevolkt door politici die geselecteerd zijn door de ‘winnaars’ van de verkiezingen. Na elke ‘hoogdag van de democratie’, begint het heimelijke mediacircus van vriendjes zoeken en kijken wie de langste heeft. De verkiezingen leveren politici vooral veel macht en geld op. Door de methode-D’hondt zijn degenen die door de partij gekozen zijn om de lijst aan te voeren al vrij zeker van een vetbetaald postje.

Partijdiscipline

In het parlement heerst de partijdiscipline. In plaats van het volk te vertegenwoordigen, behartigen parlementariërs de belangen van de partij of belangengroepen. ‘Mijn baas is VOKA,’ zegt een van die volksvertegenwoordigers die zich zelden laat zien, maar wel langs de kassa weet te passeren.

Geen wonder dat veel burgers zich afkeren van het hele politieke bedrijf. ‘Ze zijn allemaal hetzelfde,’ denken velen, en terecht.

Toch doen partijen daar te weinig aan. PVDA is zuiver op de graat, en klaagt de machtsgeilheid jaar na jaar aan. Daarnaast is er het moedige decumulverbod van John Crombez, waarmee hij weliswaar tegen de schenen stampt van arme stakkers als Hans Bonte.

Maar we kunnen vast meer doen om onze democratie uit te diepen.

Hier is een drietrapsraket aan mogelijkheden om de particratie mee te breken:

  • Laat ons serieus snoeien in de partijsubsidiëring en de methode-D’Hondt afschaffen. Laat partijen meer hun eigen boontjes doppen. Wij kunnen ons belastinggeld voor betere zaken gebruiken!
  • We moeten overwegen om in het loon van parlementariërs te snoeien, en zelfs verder te gaan. Vandaag worden onze parlementen bevolkt door beroepspolitici die ‘competitieve lonen’ eisen. Wij willen nadenken over een systeem dat we overnemen van de vakbondswerking in bedrijven. Laat politici hun job behouden, maar stel ze vrij van werk, zodat ze in het parlement kunnen zetelen. Na hun mandaat keren ze terug naar hun eigenlijke beroep.
  • Het parlement vaardigt mensen af naar het niveau van de uitvoerende macht en selecteert experts uit apolitieke middens. Deze krijgen strikt de taak om uit te voeren. Bij ontevredenheid, misbruik of een breuk van vertrouwen moeten regeringsleden met democratische stemming op het matje geroepen of afgezet kunnen worden.
  • Met andere woorden: meer macht aan de volksvertegenwoordiging. Minder aan de uitvoerende.

En wat met België?

Socialisten hebben het niet zo met separatisme. Nationalisten zijn we ook niet bepaald, want we begrijpen dat cultuur veranderlijk en gelaagd is. Dat Vlamingen een andere taalgemeenschap vormen dan de de Franstaligen en de Duitstaligen, dat is wel duidelijk, maar onoverbrugbare culturele verschillen, neen, die zien wij niet. Die breuklijnen zien wij veeleer tussen de klassen lopen; zoveel is ook duidelijk wanneer je ons Roodboek leest.

Wij kiezen dus voor België, voor (een sociaal!) Europa, en uiteraard voor – ontvoogde –  taalgemeenschappen.

Het België dat wij willen is sterk structureel vereenvoudigd (al dan niet federaal – dat debat ligt op tafel), met rationele en logische afbakeningen van bevoegdheden, gestoeld op subsidiariteit. In zijn boekje Leve politiek geeft federaal fractievoorzitter van Groen, Kristof Calvo, een moedige voorzet. De Standaard vatte het samen: ‘De Senaat verdwijnt, de gemeenschappen worden opgeslokt door de gewesten, de provincies en alle intercommunales worden geschrapt. Maar ook de aparte deelstaatparlementen moeten eraan geloven. Calvo wil in België nog één parlement overhouden, waarbij de deelstaatbevoegdheden zoals cultuur en onderwijs worden behandeld door regionale kamers van dat parlement.’

Of het nu de gewesten zijn die moeten verdwijnen, of de gemeenschappen … ook dat is nog een niet uitgeklaarde kwestie – hierboven schreef ik dat we net taalgemeenschappen een logische – persoonsgebonden – entiteit vinden; een territoriale afbakening van een ‘gewest’ lijkt mij eerder irrationeel. In het geval van onze hoofdstad Brussel zou het bijvoorbeeld niet onlogisch zijn om de gewestelijke grenzen weg te denken en een echt groot hoofdstedelijk beleid te voeren. Vlaams-nationalisten gaan hier ongetwijfeld voor op hun achterste poten staan … Punt is in ieder geval dat onze taal persoonsgebonden rechten zou moeten afdwingen, geen territoriale; een gewest spreekt geen Frans of Nederlands.

Ter rechterzijde wordt ook nagedacht over het vereenvoudigen van de Belgische structuren. Terwijl de N-VA aanstuurt op de afschaffing van de provincies, denken de liberalen van Open-VLD na over het herfederaliseren van bepaalde bevoegdheden om tot een betere afbakening te komen. Ook dit is onderwerp voor debat, en ik hoop dat de sp.a ook hier duidelijke standpunten over durft innemen, maar als anti-separatist zie ik uiteraard meer heil in het herfederaliseren van bevoegdheden die bedoeld zijn om sociaal-economische rechten – zoals sociale zekerheid, huisvesting en werk – op het hoogste niveau gelijk te trekken en te garanderen. We moeten niet per se regionaliseren om op maat te kunnen werken van een bepaalde stad of regio.

Provincies hebben al veel van hun pluimen verloren, maar anderzijds zal er nog een manier moeten zijn om regionale openbare economische activiteiten op te zetten, zoals een regionaal openbaar vervoer, water of energie.

In het kort:

  • Schaf de Senaat af.
  • Schaf het koningshuis af en geef het staatshoofd een louter protocollaire functie.
  • Schaf een aantal parlementen af; behoud een federaal parlement met regionale of – liefst – gemeenschapskamers.
  • Herfederaliseer belangrijke bevoegdheden zoals economie, sociale zekerheid, milieu, huisvesting en werk.
  • Voer voor de federale verkiezingen een federale kieskring in.
  • Stop het nationalistische opbod dat het gevolg is van de verschillende staatshervormingen.
  • De sp.a moet aansluiting zoeken bij haar zusterpartij de PS, met oog om opnieuw te versmelten tot een Belgische Socialistische Partij.

Lees meer over onze standpunten aangaande democratising en het politieke kader in ons manifest: https://www.roodboek.be/E.

Communalisme, Fearless cities

Tot slot nog iets over subsidiariteit …

Anders dan socialisten en communisten van weleer, zien wij mogelijkheden in de decentralisatie van bepaalde openbare economische activiteiten, zoals de productie en distributie van elektriciteit, naar het lokale niveau. Meer daarover in een volgend stuk over municipalisme, communalisme en Fearless Cities.