Besparingen kosten ons meer dan ze opbrengen

Vandaag was het weer zover. De jaarlijkse aankondiging dat het begrotingstekort verder oploopt. Dit jaar zal zij oplopen tot 1,7 procent van het bbp ofwel 7,7 miljard euro. Dat heeft De Tijd berekend op basis van cijfers van het Planbureau. In De Ochtend op Radio 1 bevestigde vicepremier Peeters dat de volgende regering opnieuw voor een serieuze saneringsoperatie staat. Vrij vertaald: u en uw gezin zullen opnieuw de rekening betalen voor hen die nooit betalen.

Zoals steeds wijst men op het wegvallen van eenmalige effecten, maar ook dat de groei trager uitvalt dan verwacht. Vooral dat laatste is belangrijk voor dit artikel. In 2014 al, bij het aantreden van deze regering, schreef ik onderstaande artikel dat verrassend goed de tand des tijds heeft doorstaan. Het maakte toen ook deel uit van een gedeelde opiniebijdrage op MO en heeft lang in de meest gelezen berichten gestaan die maand. Die opiniebijdrage is fors bewerkt geworden, maar in het kader van dit budgettair nieuws wil ik graag de oorspronkelijk geschreven tekst delen.

 

Besparingen kosten ons meer dan ze opbrengen (06/12/2014)

Meer besparingen leiden tot groter overheidstekort

There is no alternative. Nu, besparen doet pijn, maar wanneer de economische groei terug aantrekt in 2018 zal niemand er nog over klagen. Deze boodschap, variërend naargelang de boodschapper maar in essentie steeds dezelfde, wordt nu al sinds enige tijd onophoudelijk op ons afgevuurd in de media vanuit de regeringspartijen, met N-VA-voorzitter De Wever op kop. Is deze stelling echter nog wel houdbaar wanneer we zien wat besparingen hebben aangericht in Zuid-Europa, en na nu al zeven (!) jaar van economische stagnatie, een stagnatie die al vele miljarden euro’s gekost heeft en vele mensen in een precair bestaan heeft geworpen?

Vanuit het IMF groeit de bewijslast aan dat de besparingsdogma’s niet alleen de crisis bestendigen, maar ze zelfs verergeren. Eerst willen we echter even de voorgestelde besparingen voor de komende jaren op een rijtje leggen, zowel federaal als gewestelijk, en in het volgende stuk gaan we enkele documenten van het IMF onder de loep nemen.

Laten we beginnen met de regering Michel. Deze wil tegen 2018 graag 8,1 miljard euro besparen.

De grootste besparingen zullen gebeuren via de gezondheidssector (groeinorm verlaagd van 3% naar 1,5%), het verlagen van de werkloosheidsuitkeringen (600 miljoen euro, afschaffen brugpensioen en inschakelingspremie voor jongeren) en de pensioenen (500 miljoen euro, optrekken leeftijd pensioen waarover met geen woord was gerept voor de verkiezingen), de NMBS (663 miljoen euro besparen over vier jaar). Ook de indexsprong (het bevriezen van de automatische verhoging van de lonen in relatie tot de levensduurte) is een van de grotere maatregelen.

De regering-Bourgeois op Vlaamse niveau doet ook mee aan de strenge besparingen: over de hele legislatuur wil men 5,2 miljard euro besparen. De voornaamste besparingen zijn minder subsidies voor verenigingen (1 miljard euro), besparingen op provinciewerking (300 miljoen euro), het duurder maken van kinderopvang door intrek van subsidies, het laten afvloeien van 1.950 ambtenaren, het verlagen van de werkingsmiddelen in het hoger onderwijs (waardoor het inschrijvingsgeld toeneemt) en het mes in opleidingscheques.

Voor de twee niveaus noteren we dus een initieel pakket van 13,3 miljard euro aan besparingen. Indien economische groei beter is dan verwacht kunnen deze besparingen lager uitvallen, indien de groei slechter is dan verwacht kan het zijn dat er nog meer bespaard moet worden. Dit is belangrijk om in het achterhoofd te houden voor de rest van het artikel.

 

Het IMF en de fiscale multiplicator

Het IMF publiceerde de world economic outlook in oktober 2012. Een van de zaken waar ze wat dieper op ingaan zijn de fiscal multipliers of fiscale multiplicatoren. Zoals de naam doet vermoeden heeft dit te maken met het uitgangspunt van economie zelf: hoe halen we maximale winst uit die ene euro die we uitgeven?

Interessant voor ons is dat elk soort uitgave, dus ook overheidsuitgaven, zo’n multiplicator hebben vanuit de economische theorie. Onder invloed van het imf en de monetaristische stroming binnen de economische wetenschap werd lange tijd ervan uitgegaan dat voor elke euro uitgaven die de overheid deed, er slechts 50 cent gegenereerd werd. De multiplicator was dus 0,5. Dit was een van de theoretische grondslagen voor de economische rechterzijde om te zeggen dat de overheid inefficiënt was vergeleken met de privé sector.

Vanuit deze veronderstelling werden alle aanbevelingen, voorspellingen en soberheidspakketten opgesteld: immers, als elke som geld uitgegeven door een overheid maar 50% rendement heeft is het veel beter om ervoor te zorgen dat de privé sector en niet de overheid zoveel mogelijk geld in handen houdt, zij kan daar immers veel efficiënter mee omspringen. Het is ook vanuit deze theorie dat men vasthoudt aan besparingen in plaats van overheidsuitgaven, aan belastingsvermindering in plaats van extra fiscale inkomsten voor de staat. Hoe minder geld de overheid uitgeeft en verwerft, hoe efficiënter en dus beter voor iedereen.

Wat lezen we nu echter in de laatste uitgave van het IMF?

“De belangrijkste vondst, gebaseerd op data van 28 economieën, is dat de multiplicatoren die gebruikt werden om economische groeivoorspellingen te doen systematisch, afhankelijk van de bron en methode van economische groeivoorspelling, met 0,5 tot 1,2 te laag zijn geschat sinds het begin van de crisis in 2008. Informeel bewijs suggereert dat de multiplicator die systematisch gebruikt werd voor deze voorspellingen rond 0,5 lag. De effectieve multiplicator kan dus hoger liggen, tussen 0,9 en 1,7.” (p.41, p.61 in de voormelde pdf)

en

“Als de multiplicatoren die gebruikt werden om groeivoorspellingen te doen rond de 0.5 lagen zoals dit formeel bewijs suggereert, dan tonen onze resultaten aan dat multiplicatoren eigenlijk tussen 0,9 en 1,7 lagen sinds het begin van de crisis in 2008. Deze vondst is consistent met ander onderzoek dat aantoont dat tegen een achtergrond van substantiële economische vertraging, een monetair beleid verlamd door de 0% grens, en gesynchroniseerde fiscale ingrepen in verschillende economieën tegelijk, multiplicatoren boven 1 kunnen liggen.(Auerbach en Gorodnichenko,2012; Batini, Callegari, en Melina, 2012; IMF, 2012b; Woodford, 2011; e.a.) (p.43, p.63 in de pdf)

Men heeft in al die theoretische modellen van de afgelopen decennia de effectieve economische cijfers van de laatste jaren ingevoerd, en daaruit blijkt dat de multiplicator van 0,5 voor overheidsuitgaven simpelweg niet klopt, en zeker niet in tijden van economische crisis. De verwachte cijfers en de effectieve uitkomst kwamen niet overeen, waardoor men schoorvoetend moet toegeven dat een belangrijke veronderstelling van het gangbaar liberaal economisch denken simpelweg niet klopt.

Een paar maanden later publiceerden Olivier Blanchard, de hoofdeconoom van het IMF, en Daniel Leigh, een van de onderzoekers gespecialiseerd in economie aan het IMF een working paper specifiek over deze materie met als titel “Growth Forecast Errors and Fiscal Multipliers”. Daarin werd verder onderzoek aangevoerd dat aantoonde dat er een aantal redenen waren om aan te nemen dat de multiplicator veel hoger was dan eerst vermoed:

“Ten eerste, omdat nationale banken al quasi aan 0% rente geld lenen kunnen ze niet verder zakken met de rente om de negatieve kortetermijneffecten van een fiscale consolidatie op de economie ongedaan te maken. Christiano, Eichenbaum, en Rebelo (2011) hebben aangetoond met een Dynamisch stochastisch algemeen evenwichtsmodel (DSAE) dat in zulke omstandigheden fiscale multiplicatoren groter dan 3 kunnen zijn.

Aangezien periodes gekenmerkt door een monetair beleid met quasi 0% rente zeldzaam zijn, zijn er slechts enkele empirische studies die fiscale multiplicatoren onder zo’n omstandigheden hebben onderzocht. Gebaseerd op data voor 27 economieën gedurende de jaren ’30, een gelijkaardige periode qua rentevoeten, concluderen Almunia en anderen (2010) dat de multiplicator ongeveer 1,6 was.

Ten tweede impliceren lagere output en lagere inkomens samen met een slecht werkend financieel systeem dat consumptie meer afhankelijk is van het huidig inkomen dan van toekomstig inkomen, en dat investeringen meer afhankelijk zijn van huidige winstvoeten dan van toekomstige winstvoeten. Deze beide effecten leiden naar grotere multiplicatoren (Eggertsson en Krugman, 2012)

Ten derde, en dit is consistent met bovenstaande mechanismen, hebben een aantal empirische studies aangetoond dat fiscale multiplicators waarschijnlijk groter zijn wanneer de economische groei laag is. Gebaseerd op economische data van de VS hebben Auerbach en Gorodnichenko (2012b) vastgesteld dat fiscale multiplicatoren geassocieerd met overheidsuitgaven kunnen fluctueren van bijna 0 in normale tijden tot ongeveer 2,5 in tijden van recessie.

Indien fiscale multiplicatoren groter waren dan normaal, en groeivoorspellingen ervan uitgingen dat de multiplicatoren van normale tijden aan het werk waren, dan moeten fouten in groeivoorspellingen systematisch gecorreleerd worden met besparingsvoorspellingen.” (p.3-4, 2-3 in de pdf)

 

Het dogma van de besparingen in vraag gesteld

De conclusie volgens het onderzoek van deze economen lijkt duidelijk: overheidsuitgaven in de vorm van lonen voor ambtenaren en onderwijzend personeel, gezondheidszorg en sociale zekerheid doen de economie veel meer goed dan eerst werd aangenomen, zelfs zo goed dat ze meer opbrengen dan ze kosten. Omgekeerd, en niet onbelangrijk in deze tijd van harde besparingen, brengt het snijden in overheidsuitgaven veel meer schade toe dan eerst werd aangenomen: voor elke euro die we niet uitgeven verliezen we 1,6 tot 3 euro.

Een verdere vraag die uit dit alles voortvloeit: of de privé sector en de privatiseringen in het verleden van bijvoorbeeld de energiesector wel zo efficiënt zijn als altijd werd aangenomen? Het stelt ook vragen bij het heersende dogma in de Europese politiek dat enkel besparingen en begrotingen in evenwicht, hoe pijnlijk ook, het heilzame middel zijn voor het oplossen van de crisis. In eigen land orakelen de rechtse politici dat er simpelweg geen alternatief is, terwijl het onderzoek hierboven aantoont dat het huidige dogmatisch denken in de politiek en economie aan grondige evaluatie toe is.

Anders gezegd: elke besparing zal het beoogde begrotingstekort ondermijnen. Voor België en Vlaanderen geldt dat op een totaal besparingspakket van 13,3 miljard euro zo 21,3 tot 39,9 miljard euro schade zal geleden worden in de economie. Besparen kost dus meer dan het opbrengt. Daarnaast stijgt de schuldgraad (verhouding schuld/BBP)  automatisch vermits het BBP krimpt. De consequentie daarvan volgens de heersende logica is dat er nog meer besparingen zullen nodig zijn. Een vicieuze cirkel die de crisis en het overheidstekort enkel maar zullen bestendigen en verergeren.

Eind november werd België al op de vingers getikt door Europa om de begroting onder controle te krijgen. Vooral de hierboven genoemde schuldgraad is een probleem (ongeveer 105% van het bbp). Op het eerste gezicht lijkt dit een aanmoediging van de harde besparingen van de regering Michel, maar het onderzoek van de IMF-economen werpt hier toch een ander licht op.

Op 5 december 2014 werd bekend gemaakt dat de regering Michel 5 miljard euro extra zal moeten besparen wegens de tegenvallende groei. De Nationale Bank stelt de economische verwachtingen flink naar beneden bij. Voor 2015 gaat men nu uit van een economische groei van 0,9 procent, tegen 1,6 procent voordien. In 2016 zou de economie met 1,4 procent groeien, in plaats van de voorziene 1,7 procent. Of die prognoses gaan uitkomen of nog verder naar beneden bijgesteld zullen worden is maar de vraag, 2016 is nog lang, en de besparingen zijn ongezien in ons land. Met de 5 miljard euro extra aan besparingen komen we uit aan een kostenplaatje van 29,3 tot 54,9 miljard euro schade voor de economie, en dan brengen we nog niet eens de menselijke kost in rekening.

Tegen deze achtergrond, en met een politiek van besparingen ingebouwd in het DNA van de EU van 2014 is het natuurlijk niet zo verwonderlijk dat we nu al 7 jaar niet uit de crisis raken.

We kunnen het belang van het onderzoek door de economen van het IMF niet genoeg onderstrepen. Niet alleen komt het van het IMF zelf, het ondergraaft ook volledig de legitimiteit van het neoliberaal denken op wetenschappelijk-economisch vlak. Dit plaatst elke besparingensmaatregel in een veel slechter daglicht, en elke maatregel voor meer overheidsinkomsten en -uitgaven in een veel beter daglicht. Voor de slechte verstaander: het IMF geeft toe dat besparingen van overheidsuitgaven slecht zijn voor de economie, terwijl consequent linkse maatregelen als aanpak van de fiscale fraude, vermogensbelasting, een sterke toename van de belasting boven een bepaald loon, belasting op bedrijfswinst, vennootschapsbelasting, tobin taks, … goed én efficiënt zijn voor de economie.

Rest nog de vraag, waarom doen we dat dan allemaal niet? Waarom blijven we geloven in het mantra van patronale organisaties als het VBO en VOKA en hun politieke bondgenoten als de N-VA en Open vld dat we allemaal moeten bijdragen aan de betaalbaarheid van ons sociaal systeem door te besparen en langer te werken voor minder geld? Dat we zeker de bedrijven geen strobreed in de weg mogen leggen in naam van de competitiviteit, en aandeelhouders en bedrijfsleiders zeker niet mogen belasten? De laatste legitimiteit die ze hadden, namelijk dat dit op lange termijn goed zou zijn voor de economie en de welvaart van iedereen, is net onderuit gehaald door nota bene het IMF zelf.

 

Post scriptum 08/02/2019

Gezien het tijdstip van het oorspronkelijke artikel konden we natuurlijk enkel de cijfers van de begroting 2014 bestuderen. Hoe is het sindsdien gegaan met de begroting? Indien de neoliberalen gelijk hebben zouden besparingen bij de overheid moeten leiden tot groei en kleinere tekorten of zelfs overschotten. Indien de stellingen uit de papers van het IMF correct zijn zouden besparingen in de tijden van lage economische groei tot steeds grotere tekorten moeten leiden. Een greep uit de krantenkoppen doorheen de jaren:

Regering moet op zoek naar 1 tot 1,5 miljard (De Tijd, 17/03/2015)

Vooral besparingen vullen begrotingsput van 3 miljard euro (De Tijd, 16/10/2016)

Regering Michel moet op zoek naar 5 miljard euro (De Tijd, 09/06/2017)

Regering laat begroting na met tekort van 7,7 miljard (De Tijd, 08/02/2019)

Ons lijkt het duidelijk welke kant meer gelijk heeft. Het is bovendien ook niet gebleven bij de 8 miljard die Michel I bij haar aantreden vooropstelde. Het is veel meer geworden, en het zijn steeds u en uw gezin geweest die moesten betalen voor hen die nooit betalen.

De maskers vallen af: wie na deze onthulling door het imf nog steeds pleit tegen verregaande overheidsuitgaven in de vorm van een ijzersterke sociale zekerheid, betaald door eerlijke fiscaliteit is niet alleen van slechte wil. Hij verraadt zichzelf ook nog eens als principieel verdediger van de allerrijksten in de samenleving tegen economisch bewijsmateriaal van het IMF zelf in. Wij van onze kant zien hier een bewijs in dat onze recepten in het Roodboek een uitweg uit de crisis bieden zonder dat de gewone werkende mensen getroffen moeten worden.

Gezien hoe het moet sp.a studiedienst?

Niets is machtiger dan een idee waarvan de tijd gekomen is. (Victor Hugo)

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s