Roodboek: naar links en dan vooruit!

De federale parlementsverkiezingen van 2007, 2010 en 2014 zagen een zware opdoffer voor de Vlaamse sociaal-democratie. Het was al een tijdje onrustig in de socialistische zuil, en vooral de periode rond het generatiepact eind 2005 was een periode van botsing tussen vakbond en partij, tussen linker –en rechtervleugel. Er ontstond uit deze strijd een georganiseerde linkse tendens, die in de nasleep van de verkiezingsuitslag 33 procent van de stemmen wegkaapte met de voorzittersverkiezingen van 2007 binnen de SP.a. Dit alles manifesteerde zich in een periode van aanhoudende economische crisis sinds 2008.

We moeten vaststellen dat de derde weg mislukt is en de partij er slechter aan toe is dan ooit na de verkiezingsnederlaag van 2007 waarbij 9 zetels verloren gingen: 10 jaar later is de SP.a nog lang het dal niet uit, en zal nog lange tijd ongeloofwaardig overkomen als ze het derde weg discours willen afwerpen en dingen bekritiseren waar ze na jarenlang in het beleid te zitten zelf mee verantwoordelijk voor zijn. Het project van de partijleiding en de derde weg hebben gefaald. Een nieuw project is nodig.

De derde weg is een beweging binnen de sociaaldemocratie en aanverwante stromingen die sinds de jaren 90 een nieuw evenwicht zoekt tussen de liberale markteconomie en de verzorgingsstaat. De derde weg verzoende de sociaal-democratie definitief met de ‘vrije markt’, met het liberalisme en ambieerde op sociaal vlak niet veel meer dan ‘gelijke kansen’. De overheid diende om de concurrentiepositie van de bedrijven te bevorderen, zogezegd om de koek groter te maken voor de sociale zekerheid. In de woorden van Labour-ideoloog Anthony Giddens, de voornaamste theoreticus van de derde weg, worden hierbij “neoliberale ideeën gebruikt om socialistische doelstellingen te bereiken.” Politicoloog Curtis Atkins omschrijft de derde weg in negatiever termen, als een rechtvaardiging achteraf voor de al eerder ingezette aanpassing van de sociaaldemocratie aan het neoliberalisme, en als “slotoffensief” van sociaaldemocratische centrumpolitici tegen de linkervleugels in eigen partijen.

De derde weg zette samen met het liberalisme de aanval in op de welvaartsstaat van de jaren ’60 en ’70, wat neerkwam op het saneren van het overheidsbudget en allerlei soberheidsmaatregelen. Het idee was dat men via deze besparingen nieuwe jobs kon creëren, alleen bleken deze jobs in de praktijk zeer werkonzeker en flexibel te zijn. Een belangrijk kenmerk van deze ideologie is een positieve waardering van het marktmechanisme. Dit is terug te zien in de grootschalige privatiseringsgolf die vanaf de jaren 80 door veel Westerse overheden werd ingezet. Ook wordt de nadruk gelegd op persoonlijke verantwoordelijkheid.

Overigens vertoont een centrumlinkse politieke koers de neiging inconsistenties te verzamelen. Hoe kan men immers ‘meer sociaal’ zijn met ‘minder belastingen’ en ‘minder overheid’? Hoe kan men de neoliberale agenda mede uitvoeren en toch verwachten hiervoor bedankt te worden door het traditionele electoraat? Zelfs het afvijlen van de scherpe kantjes is er niet meer bij geweest. Wat maakt dan nog het verschil? De profilering en het sexy gehalte van de partijboegbeelden?

Het dalen van belastingen op vermogens (verstopt in belastingparadijzen) gecombineerd met lastenverlagingen voor bedrijven en de verkoop van publiek patrimonium leidde tot een tekort op de begroting en holde de mogelijkheden tot het voeren van een sociaal beleid uit. De inconsistentie tussen het verhaal en de praktijk maakt dat de SP.a werd ingezet voor, en inderdaad actief heeft meegewerkt aan, de verarming van een deel van de mensen, en de werkonzekerheid van velen. Het verklaart ook de zogenaamde verrechtsing van de maatschappij die er is omdat de rechtse partijen succes boeken met meer geloofwaardige verhalen: splitsing België, het aanpakken van het profitariaat, het aanpakken van de vreemdelingen,… een centrumlinkse koers maakt de sp.a lamlendig ten aanzien van centrumrechts, rechts en uiterst rechts. Immers, op het mooie maar irreële centrumlinkse verhaal van de SP.a volgen andere en voorlopig meer geloofwaardige boodschappen: ‘Laat Wallonië los want wij zijn rijk’ of ‘Genoeg geknoei, laat goed bestuur het over nemen’ of ‘Pak de profiteurs aan, en wees sociaal voor hen die het waard zijn’. Ook deze boodschappen zijn absoluut onjuist: laten we België (en Wallonië) los, dan worden we armer. En goed bestuur is geen kwestie van managers en management maar van middelen en doelstellingen. De aanpak van profiteurs is een aanpak van divide and rule waarbij de hardwerkende mens er niet beter van wordt als de werklozen hun uitkering verliezen. Wel integendeel, de werkloze zal in het gelid geroepen worden en zal sneller om het even welke job aanvaarden aan om het even welke verloning: op deze manier worden alle werkenden tegen elkaar uitgespeeld.

Kortom, een inconsistent centrumlinks verhaal is gedoemd zichzelf in het nauw te drijven. Als je iedereen tevreden wil houden en te vriend wil zijn, dan stel je niemand tevreden. Enkel de echte vrienden blijven over. Hoe ‘breed’ en open je ook bent, je versmalt op electoraal vlak tot 10-15% in het beste geval waarbij enkel de harde kern overblijft. Voor de SP.a zijn dit progressieven en socialisten die veelal ‘links’ van de partijleiding staan.

evolutieledenaantallen

Er is nood aan hervormingen, zeker nu de Europese sociaal democratie de ene nederlaag na de andere begint te leiden. Het grote electorale verlies is een internationaal gegeven in de evolutie van de sociaal democratie die de derde weg aanhangt. De lijst van sociaal democratische partijen in Europa die sinds 2008 sneuvelden is lang: De Nederlandse PvdA en de Franse PS zakten onder de 10%, de Spaanse PSOE verloor op enkele jaren de helft van haar stemmen, de Griekse PASOK is nagenoeg compleet verdwenen. Ook de Duitse SPD behaalde haar slechtste resultaat in de naoorlogse periode. Dit zijn stuk voor stuk partijen die de Derde Weg omarmden. Ook in België flirtten de socialistische partijen in de peilingen met de allerlaagste scores sinds decennia. Dit zijn tekens aan de wand.

socialistenkamer1919_2014

De sociaal democratie van de 20ste eeuw is sinds meer dan 25 jaar op de dool. Nochtans is er ook in de 21ste eeuw een anti-systeembeweging nodig. Enkel een socialistisch project voor de 21ste eeuw kan de sociale en ecologische onevenwichten rechttrekken. Een nieuw project is nodig.

Een collectieve verbetering in het dagelijks leven van de mensen als antwoord op de crisis zal ergens vandaan moeten komen. Daarom is de sociaal-economische tegenstelling nog steeds de hefboom om macht te verwerven en de samenleving te hervormen. Daarom zal een heropstanding van de linkerzijde de mobilisatie en het aanspreken van de ‘traditionele achterban’ vergen, in coalitie met de middenklasse die zelf ook veel te verliezen heeft bij een uitholling van de sociale zekerheid en te maken heeft met een steeds hogere werkdruk. De linkerzijde zal opnieuw maatschappijkritisch moeten worden, niet zozeer op het vlak van ‘individueel gedrag’ maar op het vlak van de logica die vandaag allesoverheersend is, een economisch gebeuren gebaseerd op winstmaximalisatie. Zo plaatsen wij hierbij de idee van economische democratie voorop. Op die manier wordt duidelijk gemaakt op welk terrein er geen democratie bestaat maar amper een bepaalde vorm van cijnskiesrecht (hoe meer aandelen en geld, hoe meer beslissingsmacht). De belangen van de werkenden, omwonenden, gezinnen en gemeenschappen, kortom, van de samenleving, is van tweede of derde rangorde.

Het democratiseren van de economie betekent dat de samenleving controle verwerft over het economische gebeuren. De economie kan maar gedemocratiseerd worden als er in een aantal sleutelsectoren opnieuw een rechtstreekse tussenkomst van de overheid is die zelf de democratische uitdrukking is van de maatschappij. Daarom is de (her)nationalisatie [1] van een aantal sleutelsectoren een prioriteit, net als de uitschakeling van de fiscale fraude en het opzetten van een eerlijke fiscaliteit (“haal het geld waar het zit”) zodat men het beschikbare geld kan herverdelen naar onderwijs, gezondheidszorg en pensioen toe, de werkweek kan verkorten en het minimumloon kan verhogen. De omvang van de ontdoken belastingen is hallucinant. De fiscale fraude is niet alleen ethisch ontoelaatbaar en strijdig met het principe dat iedereen belastingen moet betalen in verhouding tot zijn inkomen, ze onttrekt ook een enorme som aan de gemeenschap en is een permanente diefstal.

Wanneer wij met de slogan ‘terug naar links’ komen, betekent dit in de eerste plaats opnieuw positie innemen ter linkerzijde en niet in het centrum. Misschien betekent ‘links’ of ‘rechts’ niet veel in de ogen van brede lagen van de samenleving, maar onrecht aanklagen, opkomen voor sociale lotsverbetering, niet individueel maar samen, betekent heel veel. Via herverdeling van een grote koek, via maatregelen waar de werkende bevolking beter van wordt, op het vlak van huisvesting, van levenskwaliteit in het algemeen. Een leefbare en duurzame samenleving met inderdaad meer mogelijkheid tot positieve individuele keuzes. Daarom stellen wij naast de economische democratie ook dat de parlementaire democratie niet het eindstadium is van de democratie. Daarom staan wij een geradicaliseerde directe democratie voor, die de bevolking op alle lagen en in alle domeinen inspraak geeft zoals het een beschaafd hoogontwikkeld land in de 21e eeuw betaamtd, maar die ook een duidelijke uitdaging aan zowel het neoliberale ontwikkelingsmodel presenteert als aan de derde weg die zich wil innestelen in datzelfde neoliberalisme.

Dit werk is een echo naar de ideologische wortels van de partij. De enige partijen die de electorale trend wisten om te buigen hebben zichzelf inhoudelijk herbrond en gebroken met het verleden van de Derde Weg of zijn nieuwe formaties die met een radicaal links programma de verkiezingen in durfden trekken, met resultaat: Labour in het VK onder Jeremy Corbyn kent een explosie aan nieuwe leden, Front de Gauche van Jean-Luc Melanchon, Podemos van Pablo Iglesias, … zelfs in de Verenigde Staten, bastion van het vrije markt denken en rabiaat anti socialistisch, wist Bernie Sanders een massabeweging op de been te brengen rond een radicaal socialistisch programma. Het is dus mogelijk voor het socialisme om opnieuw te winnen.

Een dergelijke opstelling zal een maatschappelijke weerklank vinden. Vanuit de oppositie kan de SP.a dan opnieuw uitgroeien tot een politiek zwaargewicht. Machtsdeelname op basis van betere krachtsverhoudingen. Beloften houden en niet de eigen carrière laten primeren. Dit is wat velen verwachten. Dit is ook wat vele basismilitanten denken, zij die in contact staan met de sociale realiteit. Hiermee aanknopen is de sleutel om rechts in de kou te zetten. Een nieuw project is nodig, en dat project stellen wij voor in ons Roodboek.

Eindnoten

[1] Vermits het woord nationalisatie quasi volledig verdwenen is uit de media en het toegelaten politieke discours even een korte toelichting: dit is het omgekeerde van een liberalisatie, namelijk het in handen nemen van een bedrijf door de overheid in naam van de hele gemeenschap. Nationalisatie van bedrijven is geen doel op zich. Het is slechts een middel om ervoor te zorgen dat bedrijven en hele economische sectoren onttrokken worden aan het winstbejag. Zo kunnen we zorgen dat die bedrijven en sectoren hun activiteit ontwikkelen in functie van het algemene belang en niet voor de privé-belangen van enkelen.