2) Ideologie A: kritiek op het kapitalisme

De ideologie is wat een partij dient te onderscheiden van gelijk welke andere partij. Bepaalde standpunten kunnen gedeeld worden met andere partijen, maar de ideologie is het unieke DNA van de partij. Bovendien is de ideologie het bindmiddel tussen de standpunten die de partij inneemt op verschillende vlakken. Je kan als partij protest aantekenen tegen aanmaningskosten van waterdistributiemaatschappijen, of je kan er voorstander van zijn dat huisdieren samen met hun baasjes worden begraven. Maar als je dergelijke standpunten niet kan inbedden in een breder ideologisch kader dan wekken ze al snel de indruk van electoraal opportunisme of mediageilheid.

Met begrippen zoals gelijke kansen of zelfs gelijkheid tout court komen we er niet. Is Frankrijk met haar ‘Liberté, egalité, fraternité’ dan een socialistische republiek? Volgens ons blijft de ideologische ruggengraat van het socialisme de economische democratie: socialisten willen dat de sociale meerderheid zeggenschap heeft over het economisch model waarin wij allemaal functioneren, omdat dit model bepalend is voor wat er wel of niet kan in een samenleving.

Naar de huidige politieke conjunctuur vertaald zou je dit eerder abstract ideologisch principe bijvoorbeeld als volgt kunnen vertolken: socialisten verwerpen het huidige eenheidsdenken dat de samenleving domineert, de staatsideologie van de soberheid. Wij zijn van een tegenovergestelde overtuiging: gezien de uitdagingen waarmee we worden geconfronteerd (klimaatopwarming, oorlog, terrorisme en vluchtelingen, groeiende kloof tussen arm en rijk, economische transitie…) zijn we van oordeel dat er volop moet worden geïnvesteerd.

Het maken van schulden mag daarbij geen taboe zijn. Betekent dit dat socialisten ‘het geld over de balk smijten’ zoals onze tegenstanders zo vaak beweren? Helemaal niet, want dan zou ditzelfde gelden voor 95 procent van de Vlaamse gezinnen: ook zij zijn schulden aangegaan waarvan de schuldratio vaak vele malen hoger is dan die van de Belgische staat. Deze laatste schommelt de afgelopen jaren rond de 100 procent. Het is dankzij deze individuele schulden en de schulden van bedrijven dat er geïnvesteerd kan worden in de toekomst en dat de economie floreert. We danken er onze levensstandaard aan.

In plaats van een obsessie te kweken met schulden en begrotingstekorten moeten we ons focussen op de doelmatige besteding van overheidsgeld. Het maken van schulden moet in dit kader steeds te verantwoorden zijn. Het afbouwen van schulden trouwens ook: als iemand zijn huis verkoopt dan delgt deze persoon zijn schulden maar moet hij vanaf volgende maand huur betalen. Als de Belgische staat de FPIM[1] verkoopt dan hebben we niet enkel een instrument minder om de economie aan te sturen, maar missen we ook de dividenden. Dat is zeer kortzichtig beleid.

 

A. Socialist in een kapitalistische wereld: kritiek op het kapitalisme

Men zegt vaak dat socialisme niet meer nodig is, dat we het nog nooit zo goed gehad hebben, dat socialisme oubollig geworden is. In het Charter van Quaregnon, tot 1979 de doctrinaire basistekst voor de Belgische socialisten, kunnen we het volgende lezen:

“De totstandkoming van het socialistisch ideaal is onverenigbaar met het behoud van het kapitalistisch stelsel, dat de maatschappij in twee noodzakelijk vijandige klassen verdeelt: de ene, die zonder te arbeiden, van de eigendom kan genieten; de andere, die verplicht is een deel van haar voortbrengst aan de bezittende klasse af te staan.”[2]

 Is deze kritiek op het kapitalisme vandaag nog geldig, of is de maatschappij inderdaad zo grondig veranderd dat de socialistische partij haar doctrine terecht heeft herzien door te kiezen voor de sociaal-liberale benadering van de derde weg? In vergelijking met het kapitalisme van de 19e eeuw is er dankzij de actie van de arbeidersklasse en de toegenomen productiviteit per persoon van de werkende bevolking zeker vooruitgang geboekt. We kunnen niet ontkennen dat we het beter hebben dan onze overgrootouders. Toch is het kapitalisme niet wezenlijk veranderd en blijft het even onaanvaardbaar en destructief: de enige drijfveer van alle economische activiteit, datgene waar alle andere dingen aan opgeofferd worden, is en blijft het winstmotief. Indien we onze hele maatschappij zouden moeten reduceren tot één kenmerk is dat ongetwijfeld het volgende: de hele samenleving wordt ondergeschikt gemaakt aan de winstmaximalisatie voor een kleine minderheid die alle productiemiddelen bezit.

 

1. Een wereldwijd toenemende kloof van arm en rijk

 “De socialisten van alle landen moeten solidair zijn, want de ontvoogding der arbeiders is geen nationale maar een internationale aangelegenheid.”[3]

 Ongewoon in deze tijden van nationalistisch discours over Vlaanderen, vluchtelingencrises en internationaal rechts-populisme  we een vaak vergeten kenmerk van het kapitalisme op de eerste plaats zetten. Het gaat niet enkel om een systeem van uitbuiting, maar een wereldwijd systeem van uitbuiting: het kapitalisme steunt op de uitbuiting van de miljarden mensen in derde wereld. In plaats van de kloof tussen arm en rijk te verkleinen, vergroot deze juist: tussen de mensen onderling, maar ook tussen landen. Dit zorgt voor enorme armoede, economische achteruitstelling en werkloosheid in de derde wereld, vaak verergerd door een oorlog waar bijna even vaak Westerse wapens bij betrokken zijn.

In recente jaren zijn miljoenen mensen gedood, verwond of ontheemd geworden door oorlog, terrorisme en militaire interventies, veel in het Midden-Oosten en Afrika. In Syrië alleen al zijn er meer dan 400 000 mensen gedood. Dat is meer dan tien keer het aantal doden die er bij de atoombom op Nagasaki vielen (39 000 doden).

Die omstandigheden zorgen voor de migratiestromen richting het rijke westen.

1a1_1

Sinds het begin van de financiële en economische crisis in 2008 zijn er 18,2 miljoen meer mensen zonder baan. In 2007 bedroeg de wereldwijde werkloosheid 179,5 miljoen mensen, terwijl deze in 2016 reeds 197,7 miljoen mensen  bedroeg.Dit aantal zal voor 2017 en 2018 verder blijven stijgen tot 203,8 miljoen mensen, zo voorspelt de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO). [4]

De IAO is vooral ook bezorgd over de kwaliteit van de jobs. De IAO voorspelt dat in 2017 kwetsbare tewerkstellingsvormen – het gaat bijvoorbeeld om personen in het gezin die meehelpen of personen die voor eigen rekening werken – meer dan 42 procent van de totale tewerkstelling zullen uitmaken. Bijna één op de twee werknemers in de groeilanden, en meer dan vier op de vijf werknemers in ontwikkelingslanden, doen dit type van werk, klinkt het bij de IAO. Juist gebrek aan waardig werk vormt de basis voor sociaal ongenoegen en migratie in verschillende delen van de wereld, aldus nog de IAO.[5]

De wereldwijde ongelijkheidscrisis is veel groter dan gevreesd: de Wereldbank is duidelijk dat haar doelstelling om extreme armoede tegen 2030 uit te roeien niet gehaald kan worden indien wereldleiders geen stappen nemen om globale ongelijkheid tegen te gaan.[6]

De grote bedrijven en de rijken spelen een sleutelrol in de toename van de globale ongelijkheid. De rijken gebruiken een netwerk van belastingsparadijzen om te voorkomen dat ze hun deel van de belastingen zouden betalen. Ze jagen de lonen van hun tewerkgestelde mensen ook naar beneden, net als de prijs die ze hun leveranciers betalen. Ze investeren ook steeds minder in hun bedrijven. Tot slot wenden ze al hun connecties aan om ervoor te zorgen dat overheden, wetten en beleid voor hen werken, en niet voor de maatschappij.

Er is een enorme kloof tussen de superrijken en de rest van de wereldpopulatie die miljoenen mensen vastzet in armoede, onze samenleving atomiseert en onze democratie ondermijnt. Deze klooft zorgt ervoor dat steeds meer mensen in angst leven, en steeds minder mensen in hoop.

1a1_2

Sinds 2017 bezitten de acht rijkste mensen evenveel als de armste 50% van de wereld.[7] Volgens Forbes zijn dit Bill Gates (Microsoft), Amancio Ortega (Zara), Warren Buffett (belegger, Berkshire Hathaway), Carlos Slim Helú (Mexicaans telecom tycoon, Grupo Carso), Jeff Bezos (Amazon), Mark Zuckerberg (Facebook), Larry Ellison (Oracle) en Michael Bloomberg (voormalig burgermeester van New York en eigenaar van Bloomberg news). In 2016 waren het nog de 62 rijkste mensen die evenveel bezaten als de armste 50% van de wereld, in 2010 388.

De rijksten vergaren weelde aan zo’n oogverblindende vaart dat de wereld zijn eerste biljonair zou kunnen zien in minder dan 25 jaar. Om dit in perspectief te plaatsen: om 1 biljoen uit te geven zou je elke dag een miljoen moeten uitgeven, en dit 2738 jaar lang.

Volgens Oxfam leven 7 op de 10 mensen in een land dat de voorbije 30 jaar toegenomen ongelijkheid heeft gekend, en volgens UNCTAD, de VN raad voor handel en ontwikkeling, verliezen ontwikkelingslanden minstens 100 miljard euro per jaar aan belastingsinkomsten door belastingsontduikingen.[8] Dat zou genoeg geld zijn om 124 miljoen kinderen die nu niet naar school gaan van onderwijs te voorzien, alsook de dood van 6 miljoen kinderen voorkomen dankzij verbeterde gezondheidsvoorzieningen.

Dit is de realiteit van de zo geroemde efficiënte van de vrije markt op wereldschaal. Is dit echt het beste dat we kunnen doen als mensheid anno 2018? Al deze omstandigheden zorgen voor de migratiestromen richting het rijke westen. We kunnen die mensen natuurlijk niet kwalijk nemen dat ze een beter leven proberen te zoeken, maar we moeten erkennen dat dit voor samenlevingsproblemen zorgt. Vaak stellen die problemen zich dan nog eens in de armere wijken van onze centrumsteden, wat de pil dubbel zo bitter maakt voor ons traditioneel electoraat. Zolang we dit probleem niet onder ogen durven willen zien zullen we het in het defensief zijn voor extreem-rechts.

 

2. De vrije markt… van de internationale monopolievorming

“Het socialisme moet gelijktijdig de economische, morele en politieke ontvoogding van het proletariaat nastreven. Het economisch aspect moet evenwel overheersend zijn, want de samentrekking van kapitalen in de handen van één enkele klasse legt de basis van al de vormen van haar heerschappij.”[9]

 1a2_1

 

Een ander belangrijk kenmerk is dat de macht in de kapitalistische landen zelf in steeds minder handen geconcentreerd wordt. Niet alleen op nationaal vlak, maar ook op internationaal vlak. In het oorspronkelijke Roodboek uit 1974 werd gewaarschuwd dat het moment niet veraf meer zou zijn dat enkele tientallen multinationale ondernemingen gans de wereldeconomie zullen beheersen.[10] Vandaag kunnen we zeggen dat het inderdaad zover is: in vele sectoren is er een quasi monopolie, of beheersen vijf à zes grote bedrijven elk een continent voor hun sector.

Deze bedrijven zorgen er voor dat er van een normale marktwerking geen sprake kan zijn, geen enkele starter kan het nodige kapitaal bij elkaar brengen om op een betekenisvolle wijze te concurreren. Zonder dat zij iemand verantwoording verschuldigd zijn, bepalen deze bedrijven het lot van de mensheid. Zij bepalen wat en hoe er geproduceerd wordt, of iemand al dan niet werk heeft, en of die persoon dus een loon heeft waarmee hij eten kan kopen, de huur of de afbetaling van de lening voor het huis kan betalen, de kinderen naar school kan sturen, ziekenzorg betalen, vervoer kan bekostigen, … een dergelijke situatie leidt onvermijdelijk naar een verdere uitholling van de democratie.

De democratische controle heeft geen werkelijke vat meer op échte beslissingscentra van onze maatschappij, de hoofdkwartieren van deze bedrijven. We verglijden naar een toestand waarin de democratie louter formeel bestaat en waarbij politici gekocht worden, hetzij met lucratieve postjes na (of zelfs tijdens) hun mandaat, of zoals in de VS rechtstreeks door donaties.

 Sommige monopolies zijn er zelfs in geslaagd hele sectoren verticaal te integreren. Hiermee controleren zij producten van bij de ‘bron’ (grondstoffen) gaande over de verwerking tot de verkoop en zelfs de financiering van de aankoop van hun eigen producten via kredietverstrekking. Om onze beweringen te staven geven wij hieronder een aantal tabellen weer met de grootste bedrijven per sector, hun bezit, omzet en nettowinst in 2017.

Grootste bedrijven per sector

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017[11] Omzet 2017[12] Winst 2017[13]
1 Nestlé (ZWI) Voedingsindustrie 328 000 106,2 miljard euro 73,9 miljard euro 7,1 miljard euro
2 PepsiCo (VS) Voedingsindustrie 264 000 60,6 miljard euro 51,4 miljard euro 5,2 miljard euro
3 Kraft Heinz (VS) Voedingsindustrie 41 000 98,6 miljard euro 21,7 miljard euro 3,0 miljard euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?industry=Food%20Consumer%20Products)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 Microsoft (VS) Software 114 000 158,5 miljard euro 69,8 miljard euro 13,7 miljard euro
2 Oracle (VS) Software 136 000 91,8 miljard euro 30,3 miljard euro 7,3 miljard euro
3 SAP (DUI) Software 84 183 38,0 miljard euro 19,9 miljard euro 3,3 miljard euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?industry=Computer%20Software)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 Dell Technologies (VS) Computer & kantoor hardware 138 000 96,3 miljard euro 52,8 miljard euro -1,4 miljard euro (overname van EMC)
2 HP (VS) Computer & kantoor hardware 49 000 23,6 miljard euro 39,5 miljard euro 2 miljard euro
3 Lenovo Group (Chi) Computer & kantoor hardware 52 000 22,2 miljard euro 35,1 miljard euro 436,1 miljoen euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?industry=Computers%2C%20Office%20Equipment)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 Procter & Gamble (VS) Huishoudelijke producten 105 000 103,6 miljard euro 58,5 miljard euro 8,6 miljard euro
2 Unilever (VK/NED) Huishoudelijke producten 168 832 48,5 miljard euro 47,5 miljard euro 4,7 miljard euro
3 L’Oreal (FRA) Huishoudelijke producten 89 331 30,6 miljard euro 23,3 miljard euro 2,8 miljard euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?industry=Household%20and%20Personal%20Products)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 China Minmetals (Chi) Metaal 212 406 89,1 miljard euro 53,4 miljard euro -364 miljoen euro (overname China Metallurgical Group)
2 ArcelorMittal (Lux) metaal 198 517 61,2 miljard euro 46,3 miljard euro 1,5 miljard euro
3 China Baowu Steel Group (Chi) metaal 169 344 87,0 miljard euro 38 miljard euro 360,9 miljoen euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?industry=Metals)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 AT&T (VS) Telecom 268 540 335 miljard euro 136 miljard euro 10,8 miljard euro
2 Verizon (VS) Telecommunicatie 160 900 199,0 miljard euro 102,7 miljard euro 10,7 miljard euro
3 China Mobile Communications (Chi) Telecommunicatie 463 712 200,9 miljard euro 87,3 miljard euro 7,8 miljard euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?sector=Telecommunications)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017 Omzet 2017 Winst 2017
1 Berkshire Hathaway (VS) Financieel 367 700 515 miljard euro 186 miljard euro 20 miljard euro
2 Exor Group (NED) Financieël 302 562 155 miljard euro 129 miljard euro 540 miljoen euro
3 Industrial & Commercial Bank of China (CHI) Financieel 461 749 2,9 biljoen euro 123 miljard euro 34,8 miljard euro

(http://fortune.com/global500/list/filtered?sector=Financials)

De economie is meer dan ooit in handen van een steeds kleiner wordende groep bedrijven. Om onze beweringen te staven geven wij hieronder opnieuw een tabel weer, dit keer over de 25 grootste bedrijven ter wereld (gemeten naar omzet in fiscaal jaar 2017). Zij stellen samen 10,2 miljoen mensen te werk. Ter vergelijking: België telt naar schatting 11,35 miljoen inwoners.  Deze top 25 had in 2017 een gezamenlijk bezit van 9 127 miljard euro, een omzet van 4 310 miljard euro en een nettowinst van 214,6 miljard euro. Ter vergelijking: de wereld had volgens de Wereldbank in 2017 een BBP[17] (omzet) van 62 946 miljard euro aan goederen, de EU 13 683 miljard euro en de VS 15 456 miljard euro. Dat wil zeggen dat 25 bedrijven verantwoordelijk zijn voor 6,8% van het BBP van de hele wereld, 27,9% van het Amerikaanse BBP, en 31,5% van het Europees BBP. Japan, na de VS, de EU en China het vierde land op de ranking van BBP, heeft een BBP van 4 099 miljard euro. De grootste 25 bedrijven doen dus samen beter dan Japan. [18]

Tabel grootst 25 bedrijven ter wereld

(Bedrijven in vet zijn overheidsbedrijven.)

Plaats Naam Sector Werknemers Totaal bezit 2017[19] Omzet 2017[20] Winst 2017[21]
1 WalMart (VS) Algemene Verkoop 2 300 000 165 miljard euro 403 miljard euro 11,3 miljard euro
2 State Grid (CHI) Energie 926 067 406 miljard euro 261 miljard euro 7,9 miljard euro
3 Sinopec (CHI) Energie 713 288 258 miljard euro 222 miljard euro 1 miljard euro
4 China National Petroleum (CHI) Energie 1 512 048 486 miljard euro 218 miljard euro 1,6 miljard euro
5 Toyota Motor (JAP) Auto 364 445 363 miljard euro 211 miljard euro 14 miljard euro
6 Volkswagen (DUI) Auto 626 715 359 miljard euro 199 miljard euro 4,9 miljard euro
7 Royal Dutch Shell (NED) Energie 89 000 341 miljard euro 199 miljard euro 3,8 miljard euro
8 Berkshire Hathaway (VS) Financieel 367 700 515 miljard euro 186 miljard euro 20 miljard euro
9 Apple (VS) Technologie 116 000 267 miljard euro 179 miljard euro 37,9 miljard euro
10 Exxon Mobil (VS) Energie 72 700 274 miljard euro 170 miljard euro 6,5 miljard euro
11 McKesson (VS)

 

Farmaceutica 64 500 51 miljard euro 165 miljard euro 4,2 miljard euro

 

12 BP (VK)

 

 

Energie 74 500 219 miljard euro 155 miljard euro 95,4 miljoen euro
13 United Health Group (VS) Ziekteverzekering 230 000 102 miljard euro 153 miljard euro 5,8 miljard euro
14 CVS Health (VS) Farmaceutica 204 000 78 miljard euro 147

miljard euro

4,4 miljard euro
15 Samsung Electronics (Z-KO) Technologie 325 000 180 miljard euro 144 miljard euro 16 miljard euro
16 Glencore (Zwi) Mijnbouw 93 123 103 miljard euro 144 miljard euro 1,1 miljard euro
17 Daimler (Dui) Auto 282 488 213 miljard euro 141 miljard euro 7,8 miljard euro
18 General Motors (VS) Auto 225 000 184 miljard euro 138 miljard euro 7,8 miljard euro
19 AT&T (VS) Telecom 268 540 335 miljard euro 136 miljard euro 10,8 miljard euro
20 Exor Group (NED) Financieël 302 562 155 miljard euro 129 miljard euro 540 miljoen euro
21 Ford Motor (VS) Auto 201 000 197 miljard euro 126 miljard euro 3,8 miljard euro
22 Industrial & Commercial Bank of China (CHI) Financieel 461 749 2,9 biljoen euro 123 miljard euro 34,8 miljard euro
23 Amerisourcebergen (VS) Farmaceutica 18 500 28 miljard euro 122 miljard euro 1,2 miljard euro
24 China State Construction Engineering (CHI) Vastgoed 263 915 167 miljard euro 120 miljard euro 2,1 miljard euro
25 Axa (FRA) Financieel 97 707 781 miljard euro 119 miljard euro 5,3 miljard euro
Totaal 10 200 547 9 127 miljard euro 4310 miljard euro 214,6 miljard euro

Bron cijfers: fortune 500 (http://fortune.com/global500/)

De wereldeconomie is dus geen vrije markt maar een economie overheerst door privé-monopolies. Om hun winsten te garanderen rekenen de grote bedrijfsleiders blijkbaar zelf niet veel op de zogenaamde vrije markt. In de periode 2009-2015 hebben de 27 lidstaten van de Europese Unie 546,1 miljard euro aan staatssteun gespendeerd. België gaf in dezelfde periode 12,8 miljard uit.[22] Wat het redden van de banken betreft: België keurde in de periode 2008-2014 voor 347,8 miljard euro aan maatregelen goed, voornamelijk in garanties voor risicokapitaal. Het gaf daar 89,4 miljard ook effectief van uit in diezelfde periode. De Europese unie in haar geheel keurde in dezelfde periode 4966 miljard euro goed aan steunmaatregelen voor de banken, en gaf 1947 miljard euro effectief uit.[23]

Indien we werkelijk effectieve aanpassingen aan de economie (duurzamer, socialer) willen maken en opnieuw een ontvoogdende progressieve rol in de geschiedenis willen spelen, moeten we als socialisten de macht van dit soort bedrijven aan de kaak stellen, alsook de enorme transfers van werkenden naar het grootkapitaal.

 

3. De economische macht in België: waar zit het geld?

 “Op economisch gebied moet de bevrijding der arbeiders tot doel hebben zich van een vrij en kosteloos gebruik van alle productiemiddelen te verzekeren. Dit doel kan slechts bereikt worden in een maatschappij waar de collectieve arbeid meer en meer de plaats inneemt van de individuele arbeid, dat is, door de collectieve toe-eigening van de natuurlijke rijkdommen en van de productiemiddelen.”[24]

 Ook in eigen land blijft de zeer ongelijke verdeling van de rijkdom een belangrijk kenmerk van het kapitalisme. Aan de hand van de macro-economische databank van de Europese Commissie Ameco[25] kunnen we de totale loonmassa in België vergelijken met het BBP van België en komen we tot de grafiek hieronder die een interessant historisch overzicht geeft van de evolutie van de lonen als deel van de totale koek. Niet toevallig loopt deze evolutie samen met de evolutie van het dominante poltiek-economisch denken: we zien vanaf 1960 (41,47%) tot 1980 (55,12%) een sterke stijging van het aandeel van de lonen in het BBP, en dit valt samen met de hoogdagen van het Keynesianisme[26].  In de jaren ’80 volgt een scherpe daling onder invloed van een reeks rechtse regeringen die het neoliberalisme van een Thatcher en Reagan ook in België toepasten: in 1980 bedroegen de lonen nog 55,12% van het nationale inkomen, in 1989 was dit aandeel gezakt tot 49%. Sindsdien zijn we rond de 50% blijven schommelen:  in 2013 was het aandeel nog 51,57%, in 2017 zakten we tot 48,86%. De prognoses voor 2018 en 2019 plaatsen het aandeel van de lonen op 48,26%, het laagste getal sinds 1989.

Dit wil zeggen dat de helft van het verdiende geld in dit land uit andere bronnen dan betaald werk komt. We zijn met zijn allen dus minder gaan verdienen ten opzichte van “het totaal verdiende geld” in België. Dit alles ondanks de talloze acties van de linkse partijen en vooral de vakbonden. We spreken dan nog niet over de groep werklozen of de vierde wereld, diegenen die zelfs helemaal niet in het productieproces zijn ingeschakeld en vaak in abjecte armoede leven anno 2017.

1a3_1

Ook aan de uitbuiting van de werkenden zelf werd geen einde gemaakt: de zwaarste taken worden op gastarbeiders afgewenteld, op mensen die verplicht geactiveerd worden, het werktempo en de arbeidsdruk nemen steeds maar toe, de pensioensleeftijd gaat omhoog, brugpensioen wordt afgebouwd, de werkweek wordt langer,… naarmate het onderwijsniveau van de werkende bevolking stijgt vervreemden de mensen steeds meer en meer van zinloos werk dat slechts tot verveling en afstomping leidt.

Een pertinente vraag die de socialistische partij zich dient te stellen, en inderdaad als dooddoener vaak gesteld wordt: is er dan geen geld in België voor sociale eisen? Laat ons ook eens een tabel opstellen voor de grootste Belgische bedrijven[27] naar omzet in 2017. Uit een onderzoek van De Tijd[28], niet de meest Socialistisch gezinde krant van het land, telt België 36 be­drij­ven met meer dan 1 mil­jard euro omzet. Samen hadden ze in 2016 een omzet van 144 miljard euro. De helft staat niet op de beurs en is relatief on­be­kend. Twee derde zijn fa­mi­lie­be­drij­ven.

1a3_2

De im­pact van die se­lec­te groep van 36 is niet te on­der­schat­ten, niet alleen economisch maar ook politiek: het komt maar al te vaak voor dat er (ex)politici in een raad van bestuur zetelen of dineren met vertegenwoordigers van dit soort bedrijven. Des te schrijnender wordt het wanneer het om partijgenoten gaat, maar op een zuivere politieke cultuur komen we later terug.

In 2016, het laatste jaar waar we op moment van schrijven data van vonden, had België naar schatting een BBP van 428 miljard euro[29]. De top 36 had een gezamenlijke omzet van 144 miljard euro. Dat wil zeggen dat de top 36 voor maar liefst 33,6% van het BBP verantwoordelijk is! In 2016 waren er in België in totaal 4 540 566 mensen[30] effectief aan het werk. Dat wil dus zeggen dat deze bedrijven samen met 546 000 mensen het equivalent van iets meer dan 12% van de Belgische werkende bevolking aan het werk stelt indien alle werknemers Belgen zouden zijn. In de praktijk stellen ze tussen de 88 853 en de 102 753 Belgen aan het werk, of tussen de 2 en 2,3% van de Belgische werkende bevolking.

Buiten elke categorie met bijna vier maal zoveel omzet dan de tweede op de lijst is AB-Inbev dat na een reeks overnames de wereldwijde bierproductie –en distributie domineert: 1/3e van het bier wereldwijd wordt door AB-Inbev geproduceerd. Ook dit is een goed voorbeeld van de illusie van een vrije markt in een sector die vele Belgen goed kennen. Verder op de lijst zien we de usual suspects die al de­cen­nia­lang mil­jar­den­be­drij­ven zijn het oude Belgische kapitaal, de 1%’ers in de Belgische economie vertegenwoordigen: fa­mi­lies als Be­kaert, Van Damme, de Spoel­berch en de Mévius (AB InBev), Col­ruyt, Jans­sen (Sol­vay, UCB).

De sterk­ste negen groei­ers wer­den de voor­bije tien jaar min­stens dub­bel zo groot (Ka­toen Natie, VPK Pack­a­ging). Som­mi­ge wer­den drie keer gro­ter (De Pers­groep, Te­le­net). De groei­cij­fers staan in con­trast met de klaag­zang die in België regelmatig weerklinkt aan werkgeverszijde, terwijl pakweg Katoen Natie toch berucht is om zijn super flexibele arbeidsregeling en onfrisse praktijken die blootgelegd werden door Karel Van Bever nadat hij negen maanden undercover had gewerkt. Bovendien ontvangt het bedrijf van Fernand Huts (die zichzelf graag als filantroop ziet) jaarlijks 13 miljoen euro aan subsidies voor zonnepanelen terwijl de jaarlijkse elektriciteitsfactuur voor een gemiddeld gezin met 417 euro gestegen is.

De Persgroep is bijna volledig in handen van de familie Van Thillo en concentreert na een reeks overnames oa Het Laatste Nieuws, De Morgen en VTM samen in een enkel bedrijf. Samen met concurrent Mediahuis heeft De Persgroep zo goed als alle Vlaamse kranten in portefeuille. Op deze ongezonde mediaconcentratie à la Berlusconi komen we later nog terug.

Eén cij­fer spreekt boek­de­len: 69 pro­cent van de Bel­gi­sche mil­jar­den­on­der­ne­min­gen zijn fa­mi­lie­be­drij­ven. Bijna alle niet-beurs­ge­no­teer­de mil­jar­den­be­drij­ven zijn voor 100 pro­cent in han­den van één fa­mi­lie. De fa­mi­lie Em­sens is via twee tak­ken ei­ge­naar van drie gi­gan­ten: de nog steeds door as­bestschan­da­len ge­teis­ter­de bouw­ma­te­ri­a­len­groep Etex, de bui­zen­pro­du­cent Ali­axis, die daar­van af­ge­splitst werd, en Si­bel­co. De drie zijn samen goed voor een omzet van 8,5 mil­jard euro.

Dat die 100 pro­cent-fa­mi­lie­be­drij­ven nogal ge­steld zijn op dis­cre­tie en een leven bui­ten de spot­lights – zelf noe­men ze het lie­ver ‘be­schei­den­heid’ – valt af te lei­den uit het feit dat ze hun ac­ti­vi­tei­ten het liefst in de fis­ca­le luwte van een Luxem­burg­se hol­ding on­der­bren­gen. U zult de jaar­re­ke­ning van Jan De Nul, Ra­va­go, Car­meu­se, Ka­toen Natie en Co­bel­fret niet in de da­ta­bank van de Na­ti­o­na­le Bank te­rug­vin­den. De burger kan immers moeilijk verwachten dat deze families aan hetzelfde tarief zouden belast worden als henzelf.

Laat ons nu even een aanname maken, en dat van deze omzet er 10% netto winst overblijft, het geld dat overblijft na de uitbetaling van dividenden, bonussen en toplonen: 14,4 miljard euro per jaar. Gezien de enorme sommen geld die door de Panama Papers en Luxleaks in de belastingsparadijzen zijn teruggevonden is dit eerder een conservatieve schatting, maar u begrijpt dat de rijken het al zo moeilijk hebben. Dat zou willen zeggen dat de afgelopen 5 jaar door de 36 grootste bedrijven voor 72 miljard euro netto winst is gemaakt. Dan nemen we de dividenden, bonussen en toplonen nog niet eens op in onze oefening, want netto winst is wat overblijft na de uitbetaling van die bedragen. We komen dus uit op 14,4 miljard euro per jaar.

Ter vergelijking: volgens de Nationale Bank had België in 2016 214,6 miljard euro aan ontvangsten (voornamelijk belastingen, waarvan de volle 3,3 miljard kapitaalsbelastingen en 14,9 miljard vennootsschapsbelasting) en 225,1 miljard euro aan uitgaven (voornamelijk de sociale zekerheid met als uitschieters 29,1 miljard voor de ziekteverzekering en 44 miljard voor de pensioenen). Het structurele overheidstekort in 2016 bedroeg dus 14,8 miljard euro.

Het wordt stilaan duidelijk waarom de rechterzijde nooit de concrete bedragen noemt waarover het gaat, maar enkel maar herhaalt dat “de pensioenen” “onbetaalbaar zijn”.

Het wordt tijd dat wij als socialisten die oude maar erg passende slogan van onder het stof halen: haal het geld waar het zit!

Opnieuw herhalen we wat we eerder zeiden, maar deze keer voor het Belgische niveau: indien we werkelijk effectieve aanpassingen aan de economie (duurzamer, socialer) willen maken en opnieuw een ontvoogdende progressieve rol in de geschiedenis willen spelen, moeten we als socialisten de macht van dit soort bedrijven aan de kaak stellen en hen laten bijdragen aan de maatschappij waar ze zelf klaarblijkelijk zoveel profijt uit halen.

 

4. Een transfer van werkenden naar rijken

 

1a4_1

“Het recht op de vrucht van hand – en geestesarbeid door individuen of groepen, mag geen andere grondslag hebben dan het sociaal nut en geen ander doel dan elk menselijk wezen de grootst mogelijke vrijheid en welstand waarborgen.”[31]

Het kapitalisme buit de werkenden uit op het niveau van de productie, zoals bovenstaande cartoon ludiek uitlegt. Zo kan men bijvoorbeeld simpel stellen dat een bediende bij een bank door zijn werk (het verwerken van allerlei verrichtingen) de bank 1000 euro per dag opbrengt. Indien deze bediende goed betaald is krijgt hij op het einde van de maand 2000 euro mee naar huis. Dat maakt dat de persoon twee dagen voor zichzelf werkt, en 28 dagen voor de baas. De megawinsten moeten natuurlijk ergens vandaan komen niet waar! Een ander voorbeeld is de arbeider die van een hoop rubber een stel banden moet maken: door de rubber tot banden te verwerken verhoogt hij de waarde van de productie, en schept hij winst. Na dertig dagen geeft de baas hem de opbrengst van een dag aan bandenproductie, en de rest gaat naar de zakken van de aandeelhouders. Dit is het basismechanisme van het kapitalisme, en zoals eerder gezegd is het aandeel van de lonen in de totale jaarlijkse koek in dalende lijn.

Wanneer we dan naar de reële cijfers gaan kijken, zien we dat elke Belg gemiddeld 33 280 euro aan omzet produceerde in 2016. [32] Dat is 2773 euro per maand. Elke werkende Belg produceerde gemiddeld 94 261 euro aan omzet in 2016.[33] Dat is 7855 euro per maand. Hoeveel van die productiviteit komt er bij de werkenden zelf terecht? Het gemiddeld brutoloon per maand lag in 2015 op 3445 euro bruto. Het mediaan brutoloon is echter interessanter omdat aan beide uiteinden van de schaal de extremen niet in rekening genomen worden. De modale (niet de gemiddelde!) Belg verdiende 3095 euro bruto per maand in 2015.[34] Onderstaande tabel[35] splitst verder uit per beroepscategorie.

1a4_2

Het meest in het oog springende is dat het hoger kader en de bedrijfsleiders beduidend meer verdienen dan de andere categorieën. Politiek nog interessanter is dat de andere groepen niet eens erg van elkaar verschillen, ondanks verwoede pogingen van de rechterzijde om bedienden het gevoel aan te meten dat ze tot een middenklasse behoren die hoger staat dan arbeiders.

Aangezien het bedrag voor nettolonen een heel stuk lager ligt kunnen we concluderen dat we op het einde van de maand maar minder dan de helft krijgen van wat we opbrengen. Des te bitterder wordt de pil indien we horen welke bonussen bedrijven krijgen in de vorm van lastenverlagingen en notionele interest met ons belastingsgeld, afgehouden van ons brutoloon, en welke besparingen we moeten slikken in de sociale zekerheid omdat we zogezegd boven onze stand leven.

Als elke werkende Belg gemiddeld 94 261 euro aan omzet produceerde in 2016, maar er in dat jaar gemiddeld ook 532 381 werklozen waren (11,5% van de werkende bevolking), dan wil dat zeggen dat onze economie afgerond 50,2 miljard euro aan omzet misliep. Met andere woorden, het onvermogen en de onwil van het patronaat om iedereen van werk te voorzien kost de maatschappij handenvol geld. Elke Belg zou 4421 euro beter af zijn indien we werkloosheid volledig zouden elimineren. Helaas is dit onder kapitalisme nagenoeg onmogelijk omdat het patronaat dan zou kreunen onder stijgende loonkosten: zij willen dat er een arbeidsreserve is zodat iedereen die te duur of te weerbarstig is vervangbaar is, een fenomeen dat we “structurele werkloosheid” noemen. We moeten durven benoemen dat migratie die georganiseerd wordt door bedrijven hier ook zijn rol speelt: vaak worden jonge hoogopgeleide buitenlanders aangetrokken, niet omdat er geen hoogopgeleide Belgen zijn, maar net omdat deze Belgen dat niet aan de voorwaarden willen doen die voor het patronaat comfortabel zijn. Op die manier is er een permanente druk op de lonen en arbeidsvoorwaarden. De vraag die wij ons als socialisten moeten stellen is of we niet beter kunnen doen dan deze kaptalistische “efficiëntie”?

Er is echter sinds de tweede helft van de 20e eeuw ook nog een nieuwe dimensie bijgekomen, namelijk de uitbuiting via consumptie. De menselijke behoeften bepalen niet wat er geproduceerd wordt: de vraag bepaalt zeker niet altijd het aanbod. Men gaat kijken wat men winstgevend kan produceren en dat probeert men dan te verkopen: het aanbod bepaalt dus vaak ook de vraag. Dankzij verfijnde reclametechnieken gaat men kunstmatige noden scheppen, noden die de werkenden dwingen de eerder genoemde uitbuiting in de productie te ondergaan. De productieve krachten worden dus niet gebruikt voor de behoeften of lotsverbetering van mens, maatschappij en mileu, maar wel voor de vervaardiging van individuele en grotendeels overbodige consumptiegoederen. Deze productie garandeert wel een maximale winst aan diegenen die de productiemiddelen bezitten. De keerzijde hiervan is dat broodnodige collectieve behoeften (onderwijs, ziekenzorg, pensioen, sociale zekerheid, arbeidsduurvermindering, …) niet bevredigd kunnen worden en als niet essentieel omschreven worden zodat ze afgebouwd of geprivatiseerd kunnen worden. Hierbij moet ook toegevoegd worden dat dit systeem zorgt voor een zinloze verspilling van beschikbare grondstoffen en energiebronnen, en dat de toenemende aftakeling van ons milieu de kwaliteit zelf van ons leven in gevaar dreigt te brengen!

De sociale lasten worden in toenemende mate op de gemeenschap afgewenteld: aanleggen van infrastructuur, bestrijding van de vervuiling, lastenverlagingen, werkloosheid,…terwijl de sociale winsten slechts door enkelen worden opgestreken. De gemeenschap heeft geen werkelijke zeggenschap in het economische beleid: dit is niet zo in België, en dit zal ook zo niet zijn in een onafhankelijk Vlaanderen. Laten we een enkel voorbeeld bekijken, namelijk het aantrekken van een Ford filiaal in Genk, het bekende Ford Genk: de vestiging van een Ford filiaal in Genk was een paradepaardje van de regering Lefèvre-Spaak (1961-1965, Rooms-Rood). Genk werd uitgekozen vanwege de ligging tussen de andere filialen van Ford in Keulen en Antwerpen, en de hoge arbeidsreserve die in Limburg aanwezig was. Het bedrijf kende een groot verloop van arbeiders: in vijf jaar tijd werden 9000 mensen versleten die het tempo niet aankonden. Surival of the fittest. In theorie was het de bedoeling om de eerder ontslagen mijnwerkers van Zwartberg en Waterschei aan te nemen, maar in de praktijk werden mijnwerkers aangeworven, werd vervolgens de overheidspremie van 900 euro geïncasseerd, en werd de mijnwerker korte tijd later weer ontslagen. Alvorens Ford zou investeren moesten er garanties van sociale vrede komen; in 1962 ondertekenden de bonden een overeenkomst van sociale vrede voor vijf jaar. Ford kreeg ook allerlei andere voordelen: Ford kon de gronden aankopen voor slechts twaalf eurocent per vierkante meter, de gemeente Genk droeg de kosten van de onteigeningen (200 000 euro), en zorgde voor het voorbereiden van de gronden (290 000 euro). De wegen werden verbeterd, uitgebreid en verbreed (2,7 miljoen euro). De lokale overheden zorgden verder ook voor een aansluiting op het spoor, de verlichting, de riolering en het water (1,36 miljoen euro). Ford werd voor vijf jaar vrijgesteld van belastingen (600 000 euro), en de RVA kwam voor 825 000 euro tussen in de opleiding van het personeel. Tenslotte kreeg de multinational voor miljoenen euro’s aan staatsgegarandeerde kredieten, wat betekende dat een deel van de interest voor rekening van de overheid was. Het geheel van de kosten toen wordt geschat op 2,5 miljard euro. Ondertussen is het geheel door de inflatie vele malen meer waard.

Dit verhaal kan voor vele bedrijven herhaald worden en volgt steeds hetzelfde stramien: het is een indicatie van het gevoerde economische beleid voor het aantrekken van multinationals, die ondertussen reeds vertrokken zijn (Ford Genk uit ons voorbeeld sloot de deuren eind 2014) of veel mensen op straat zetten voor herstructureringen, dit alles ondanks de opofferingen ze van hun werknemers verwacht hebben en zonder ook maar 1 cent terug te betalen van de voordelen die ze genoten. De graad van subsidiëring en de uiteindelijke uitkomst van het verhaal plaatst natuurlijk bedenkingen bij het idee dat enkel de privé sector voor werkgelegenheid en welvaart kan zorgen.[36]

Bedrijven moesten in 2016 14,9 miljard euro aan belastingen betalen, huishoudens 52,6 miljard euro, terwijl de belastingen op vermogen welgeteld 3,3 miljard euro opbrachten.[37] Dit is ruwweg 16 keer minder dan gewone gezinnen. Over een transfer gesproken…niet van Vlaanderen naar Wallonië of van autochtoon naar allochtoon maar van werkenden naar aandeelhouders!

1a4_3

 

[1] De Federale Participatie- en Investeringsmaatschappij (FPIM) voert het centraal beheer van de participaties van de federale overheid, werkt samen met de overheid aan specifieke projecten en voert een eigen investeringsbeleid in het belang van de Belgische economie.

[2] Charter van Quaregnon, III

[3] Charter van Quaregnon, VII, 1.

[4] Cijfers voor 2007 uit ILO, Global employment trends january 2009, p.29.

Cijfers voor 2016-2018 uit ILO, World Employment and Social Outlook: Trends 2017, p.6.

[5] Het nieuwsblad, 12/01/2017

[6] World Bank, Tackling Inequality Vital to Ending Extreme Poverty by 2030, 02/10/2016.

[7] Oxfam, An Economy For the 1%: How privilege and power in the economy drive extreme inequality and how this can be stopped, p.3.

[8] UNCTAD, World Investment Report 2015, p.200.

[9] Charter van Quaregnon, VII

[10] Roodboek, Voor een strijdbaar socialisme, 1974, p. 6.

[11] Dit is de totale waarde van bezit van het bedrijf: machines, gebouwen,…maar ook al het geld dat men in de kluis heeft zitten. Kortom, als heel het bedrijf in geld zou worden omgezet en al het geld van de bank wordt afgehaald, komt men op dit bedrag uit.

[12] Dit is de totale omzet van het bedrijf, al het geld dat binnenkomt, voor de kosten afgetrokken zijn. Bruto winst dus.

[13] Dit is wat er overblijft van de omzet na alle kosten (oa ook de toplonen en bonussen voor de bedrijfsleiders, en de dividenden voor de aandeelhouders)

[14] Dit is de totale waarde van bezit van het bedrijf: machines, gebouwen,…maar ook al het geld dat men in de kluis heeft zitten. Kortom, als heel het bedrijf in geld zou worden omgezet en al het geld van de bank wordt afgehaald, komt men op dit bedrag uit.

[15] Dit is de totale omzet van het bedrijf, al het geld dat binnenkomt, voor de kosten afgetrokken zijn. Bruto winst dus.

[16] Dit is wat er overblijft van de omzet na alle kosten (oa ook de toplonen en bonussen voor de bedrijfsleiders, en de dividenden voor de aandeelhouders)

[17] Het bruto binnenlands product (bbp) is de totale geldwaarde van alle in een land geproduceerde finale goederen en diensten gedurende een bepaalde periode (meestal een jaar).

[18] Cijfers van de wereldbank, https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.MKTP.CD

[19] Dit is de totale waarde van bezit van het bedrijf: machines, gebouwen,…maar ook al het geld dat men in de kluis heeft zitten. Kortom, als heel het bedrijf in geld zou worden omgezet en al het geld van de bank wordt afgehaald, komt men op dit bedrag uit.

[20] Dit is de totale omzet van het bedrijf, al het geld dat binnenkomt, voor de kosten afgetrokken zijn. Bruto winst dus.

[21] Dit is wat er overblijft van de omzet na alle kosten (oa ook de toplonen en bonussen voor de bedrijfsleiders, de dividenden voor de aandeelhouders, en eventuele fiscale trucjes om de winst artificieel te verminderen om belastingen te ontlopen)

[22] Cijfers van de Europese Commissie, State Aid Scoreboard 2016, http://ec.europa.eu/competition/state_aid/scoreboard/index_en.html

[23] Cijfers van de Europese Commissie, State Aid Scoreboard 2016, http://ec.europa.eu/competition/state_aid/scoreboard/index_en.html#crisis

[24] Charter van Quaregnon, V

[25] http://ec.europa.eu/economy_finance/ameco/user/serie/SelectSerie.cfm; tabel 6.1 en 7.1

[26] Het Keynesianisme is een economische school die gebaseerd is op de ideeën van John Maynard Keynes (1883-1946). In The General Theory of Employment stelde Keynes dat overheidsinvesteringen noodzakelijk waren voor het behoud van volledige werkgelegenheid. Vooral in tijden van recessie had de markteconomie sturing vanuit de overheid nodig om de economie aan te zwengelen. Investeringen stimuleerden de vraag en het uitgavenpatroon van de consument wat de economie volgens Keynes stimuleerde. De overheid moet dus tussenkomen in de economie door bijvoorbeeld een herstelbeleid te organiseren. De keynesianen verkiezen een beleid dat gericht is op het behoud van arbeid, eerder dan een beleid dat probeert de inflatie te bedwingen. Aangezien de markt er niet in slaagt economisch optimaal te worden, moet de Staat optreden op de markt zodat deze tot bepaalde evenwichten kan komen (zoals volledige tewerkstelling, bijvoorbeeld). De keynesianen betwijfelen sterk dat de markten zelfregulerend zijn.

[27] Hiermee bedoelen we bedrijven die hun hoofdzetel in België hebben.

[28] De Tijd, Belgische miljardenbedrijven, er zijn er meer dan u denkt, 13/05/2017.

[29] Cijfers van het OECD, https://data.oecd.org/gdp/gross-domestic-product-gdp.htm

[30] http://statbel.fgov.be/nl/statistieken/cijfers/arbeid_leven/werk/absoluut/index.jsp

[31] Charter van Quaregnon, II

[32] Cijfers van de wereldbank, https://data.worldbank.org/indicator/NY.GDP.PCAP.CD?locations=BE

[33] Wij komen tot dit cijfer door het Belgisch BNP in 2016 (428 miljard euro) te delen door het aantal werkenden in 2016(4,54 miljoen mensen).

[34] https://statbel.fgov.be/nl/themas/werk-opleiding/lonen-en-arbeidskosten/gemiddelde-bruto-maandlonen

[35] https://bestat.statbel.fgov.be/bestat/crosstable.xhtml?view=a7a748a8-15aa-439e-8664-f024950728d7

[36] Cijfers uit BREPOELS, J., Wat zoudt gij zonder ‘t werkvolk zijn? Anderhalve eeuw arbeidersstrijd in België deel 2: 1966-1980, p.56.

[37] Cijfers van de nationale bank van België: http://www.nbb.be/belgostat/PublicatieSelectieLinker?LinkID=972000063|910000082&Lang=N